?

Log in

Toch geloof ik mijn ogen niet
Ik zal weer alles opgeven voor een nieuwe start
Misschien kruisen onze wegen niet
Maar ik weet het zeker, nu moet je gaan.

Ik wens je van duizend landen, 1 de meest warme
Ik wens je van duizend dagen, 1 de meest zonnige
Ik wens je van duizen vrienden, 1 de meest trouwe
Ik wens je van duizend ontmoetingen, 1 de meest waardige

Misschien denk je aan mij op een dag
Of kom ik terug in je slaap
Misschien is het niet de juiste moment
Maar ik weet het zeker, nu moet je weg

Ik wens je van duizend sterren, 1, de alle felste
Ik wens je van duizend tranen, 1, de alle zoetste
Ik wens je van duizend nachten, 1 de alle langste
Ik wens je van duizend vrouwen, 1 de alle liefste.

Liefde mag je niet verlaten
Het geheim aan niemand verklaren
Alles wat ik nu tegen je zeg,
Wil ik nog duizend keer herhalen…

Douwe Draaisma, geheugenexpert

"Het geheugen helpt ons veilig door de tijd".

Er is niet alleen het verleden. Herinneringen worden te veel geassocieerd met het verleden. Het geheugen is ook een contact tussen twee polen in de tijd. Het heden schuift mee in de herinneringen. Dat betekent dat herinneringen veranderen onder het verdere verloop van je leven.

Het geheugen wordt vaak gezien als een optelsom van herinneringen die bepaalt wie je bent en wat er van je geworden is. Maar wat er uit het geheugen verdwijnt is even bepalend.

Verdriet lijkt, meer dan vrolijke herinneringen, mee te reizen in de tijd.

Oud worden is een proces van vervreemding. Je raakt vervreemd van je verleden.

En je zou willen dat het geheugen wat genadiger was, maar dat is het niet.
Vrouwen gaan in hun morele ontwikkelingen alleen maar omhoog. Mannen daarentegen, alleen opzij.
Er zijn geen onoplosbare problemen, er zijn onaangename oplossingen.
Vraag niet om iets wat er niet is, want als je het krijgt, blijf je met niks.

Het geloof in goede afloop

De mogelijkheid om lief te hebben- is een straf. Alles van te voren wetend, geef je weg- alles wat je hebt, je strekt je handen uit met je ogen vol vertrouwen, je opent alle kaarten, zelfverzekerd en bereid om datgene wat je weggeeft nooit meer terug te nemen. En dan, op een dag, besef je dat datgene wat je hebt gegeven, daar, zonder functie ligt te rotten. Dus ga je het weer ophalen, en kreukelen, verscheuren en verstoppen, snel, snel, zodat niemand het ziet, zodat niemand ziet hoe blind je bent geweest. Maar weggooien zal toch niet lukken, het blijft op je ziel rusten, zo zwaar alsof het van steen is. Je kan geen adem halen, maar niemand gelooft je.

Precies.
Je legt cadeautjes onder de kersboom, voor jezelf, om later een reden te hebben om de Kersman nog een keer te mogen verdedigen. En dan ga je het zelf geloven. Geloven dat er nog een kans is. Niet liegen, zei ik, geloven. En dit komt doordat er geen argumenten meer zijn in je leven en geen logica, alleen geloof in het ongeloof. In die k#twonderen vertouwen.
En schuld hangt af van de waardering.

En hoe meer je weg wilt geven, op het moment dat er niks meer weg te geven valt, besef je dat er nu nog meer vraag zal gaan ontstaan. Het doet er niet toe hoeveel, het zal blijken dat het altijd te weinig is. En dus dat er niets meer is. In zo’n situatie word je vanzelf gemeen. Er blijft dan niks meer van je over, van die persoon die toen in staat was om lief te hebben en zijn ziel te verkopen voor een ander. Zelfs als er niets meer van je over is, en alles hopeloos en helder is geworden, er valt zelfs geen adem meer te halen of warm ergens van te worden, toch blijf je geloven.
Omdat datgene wat in je leeft niet te vergiftigen valt, niet te verbranden en niet te venietigen.

Bekentenis

nee, ik zal mijn mond niet houden
ik heb nog steeds voldoende krachten
om je het volgende te gaan bekennen:
ja, ik wil jou, ik wil jou nog steeds
maar weet je, toch...
wel minder, dan ik zou willen.
Nog een paar maanden geleden, zou ik niet eens kunnen inbeelden dat diegene, van wie je het meest verwacht…zal gaat negeren, nee, niet mij,
en diegene van wie er niets te verwachten valt, zal alles mogelijk proberen te gaan maken, om het onmogelijke waar te maken.
En nu, als het overduidelijk is, wie wie is,
ben ik zo gelukkig en ongelukkig tegelijk.
Gelukkig dat het niet te laat is,
beseffen dat je ongelukkig bent gemaakt.

Wat is het leven toch onvoorspelbaar,
Je dromen- werkelijke illusie,
En je hoop- de grootste bedrog.
Ik kan me goed herinneren dat Alexandra Fjedorovna, de vrouw van Nokolaj de II ooit heeft geschreven in haar dagboek:
“ Voor iedere jonge persoon is het leven extra moeilijk. Wanneer die persoon het leven inwandelt van strijd om macht en overwinning, heeft hij steun nodig, van diegene die hem lief heeft of hebben. Het gebed heeft hij nodig en mentale hulp van al zijn vrienden. Als er geen genoeg steun te vinden valt van de mensen die de vechters dierbaar zijn lijden velen van hen een zware nederlaag, en diegenen die het wel winnen, hebben hun overwinning te danken aan de harten van diegenen die hoop en dapperheid in hun hebben geblazen. In deze huidige wereld is het onmogelijk om een prijs te geven aan de werkelijke vriendschap en liefde”…

De theorie is kenbaar, de praktijk is vaak moeilijk te realiseren.
You are free before the sun of the day, and free before the stars of the night;
And you are free when there is no sun and no moon and no star.
You are even free when you close your eyes upon all there is.
But you are a slave to him whom you love because you love him,
And a slave to him who loves you because he loves you.

K. Gibran